Mischien…

Het is bijna Lentevakantie en dan krijgt elk kind traditioneel dezelfde vraag voorgeschoteld: ” En? Aje goe puntn? Hoevele aj toene? 70%? 80%?”

Geef toe, iedereen met kinderen herkent deze vragen. En kinderen die steevast perfecte scores halen, zullen hier helemaal geen graten in zien. Ouders met kinderen die steevast perfecte scores halen al evenmin, want wat is nu leuker dan fier te zijn op je kind?

Wel, het is pijnlijk. Elke keer opnieuw! Want niet elk kind haalt nu eenmaal die perfecte scores. En nee, dat is niet altijd omdat die kinderen er hun voeten aan vegen. Of omdat ze niet graag naar school gaan… Kinderen kunnen zich onmenselijk hard inzetten, elke dag opnieuw, blijven boksen tegen die torenhoge rekenoefeningen en elke dag een gevecht met zichzelf leveren om zich door dat huiswerk te spartelen… en toch niet de resultaten halen die iedereen denkt “goede resultaten” te mogen noemen.

Het is perfect mogelijk dat een kind een super rapport heeft, zonder dat er een gemiddelde van 70% op af te lezen staat. Misschien heeft dat kind wel een enorme stap gezet en haalt het nu eindelijk 60%, wat een enorme prestatie is. Misschien is het gewoon belangrijker om te kijken hoe het kind zich voelt, hoe het zich integreert in de groep, hoe het zich inzet en toch succeservaringen kent… misschien valt daar wel helemaal geen cijfer op te plakken… en ja… misschien is dat wel nog belangrijker dan dat gemiddelde percentage op dat rapport.

Mag je dan niet fier zijn als uw kind 80% haalt? Tuurlijk wel, maar weet dat die 80% evenveel zegt over dat kind als de kleur van t-shirt broek die hij die dag draagt.

Dus misschien moeten we deze keer met z’n allen eens vragen aan de kinderen hoe het gaat op school, of ze het leuk vinden, wat ze hebben geleerd, want misschien is dat net iets belangrijker dat die 80% op hun rapport.

Het moest mij even van het hart…

Heeft gesproken,
een juf, maar ook en vooral een moeder…

Advertenties

Van een opruimspelletje tot de eerste keer zakgeld…kleine kindjes worden groot!

Ik denk dat ongeveer elke ouder zich herkent in het verhaal dat hun kinderen toch wel graag helpen opruimen met de juf. Of de klas vegen? De vuilbakken legen! Elke keer opnieuw vraag ik mij af waarom het dan zo moeilijk is om thuis ook zo behulpzaam en ordentelijk te zijn. Plots is het een hele opdracht om hun klokhuis van hun appel in de vuilbak te doen, laat staan om de vuilbak te legen!

Ik ondervind zelfs dat mijn eigen kinderen, als ze in mijn klas komen, zouden ruziemaken voor wie deze keer mag vegen of de ramen dichtdoen. En als we tien minuten later thuiskomen en ik vraag om hun boekentas in de kast in de garage te zetten, zie ik vooral rollende ogen, hoor ik indrukwekkende zuchten en als ik dan in de garage kom, vind ik meestal hun boekentassen op de grond, naast de kast…

Ik heb er zelf nooit echt bij stilgestaan, maar nu ze ouder worden ( lees: mondiger worden) wordt het nogal duidelijk dat opruimen niet meteen hun favoriete bezigheid is ( geloof me: van mij ook niet). Dus tot nu had ik me nooit de vraag gesteld hoe dat nu eigenlijk komt dat dat dus op school wel als “toppie” ervaren wordt. Ik ben ook niet de juf die de leerlingen in de speeltijd in de klas houdt om hen te doen opruimen of zo. Speeltijd is speeltijd. Natuurlijk moet er na een namiddag knutselen bijvoorbeeld, opgeruimd worden. Omdat ik dus zelf met het probleem van zuchtende kinderen te maken kreeg thuis, ben ik eens beginnen letten op hoe ik het in de klas aanpakte. Ik stelde bij mezelf vast dat ik kinderen die hielpen wel heel uitdrukkelijk bedankte. Of dat ik hen duidelijk een pluim gaf voor hun opruimwerk. Ik geef hen ook meestal elk een duidelijke taak. Kortom, in de klas denk ik vooraf na over het opruimen, thuis is dat niet meteen een hoofdpunt op mijn planning ( eerlijk is eerlijk).

Dit weekend moest ik het zelf een beetje kalmer aan doen, op bevel van mijn rikketik. Dus ik moest nu wel goed nadenken hoe ik alles voor elkaar zou krijgen, zonder mij op te jagen en het toch leuk te maken voor de kinderen. En we deden een spelletje…

We bepaalden samen het aantal minuten dat we dachten nodig te hebben om de living op te ruimen ( bij ons waren er dat 15), spraken af wat we juist wilden hebben als de tijd om was en we zetten een timer. Als dit lukte binnen de tijd, kregen ze een beloning. We telden samen af en vlogen erin. We deden dit voor vier plaatsen ( living, garage, slaapkamer en speelkamer). De volgende keren kwamen we zelfs toe met 10 minuten. Als we alle drie samen die vier plaatsen konden opruimen zonder ruzie, was er nog een extra beloning te verdienen.

Nog nooit waren ze zo enthousiast om te helpen opruimen.Per “sessie” konden ze 1 euro verdienen en zonder ruzie ( wat een extra eurootje opleverde) werd dit dus 5€.

Moet dit nu altijd en enkel met geld beloond worden??? Neen, natuurlijk niet, bij ons was dit zelfs de eerste keer. Lennert is ondertussen 8 jaar en begint vaak te vragen om iets te kopen, of centjes te sparen. We hadden het al een paar keer gehad over zakgeld en hoeveel dat dan zou moeten zijn. Op die manier beseft hij ook dat hij iets moet doen om dat zakgeld te verdienen.

Moeten ze nu enkel nog helpen om zakgeld te krijgen??? NEEN!!!!!! Dat heb ik ook duidelijk afgesproken, dat is niet wekelijks en het is ook niet de bedoeling dat ze voor alles wat ze doen geld krijgen en het is nog minder de bedoeling dat iedere beloning bestaat uit geld! Maar, uiteindelijk moeten ze leren omgaan met geld en mogen ze volgens mij wel beseffen dat het geld niet zomaar voor hun voetjes komt te vallen.

En na het opruimen hebben we samen naar een film gekeken met een lekker aperitiefje. Ik weet nog steeds niet wat voor hen de grootste beloning was: voor de eerste keer centjes “verdienen” of aperitieven met mama in de zetel…

Voor mij was het alleszins een win-win-situatie: het ging verbazend goed vooruit ( je zou ervan versteld staan hoeveel je kan doen op 10 minuten tijd), het huis is opgeruimd, ik moest niet alles alleen doen en… last but nog least… het was leuk, zowel voor hen als voor mij!

Zijn wij dan zo’n kuddedieren, dat wij enkel volgen wat de media ons voorkauwt?

Toen Greg Van Avermaet op dag 1 van de Olympische Spelen de Belgen aan een gouden medaille hielp, zat ik nog in Frankrijk. Ik had het horen gebeuren, want in het restaurant van de camping, waar wij onze laatste vakantieavond doorbrachten, waren de Nederlanders vol spanning aan het volgen. Het werd snel duidelijk dat het goud voor Greg Van Avermaet was. Supergoed nieuws natuurlijk. Ik wou de ontknoping van die race wel eens zien en begon in de tent dus te zoeken op mijn smartphone naar de bewuste beelden van de race of van de ceremonie. Het heeft mij toch even tijd gekost voor ik een artikel vond in een of andere digitale krant met daarin wat videofragmenten. Nu, tot daar, het feit dat hij een gouden medaille had binnengehaald, vond ik op zich al fantastisch.

Toen we de volgende ochtend terug in ons Belgenlandje waren, dacht ik nu toch iets te zullen opmerken van deze toch wel opmerkelijke prestatie. Ondertussen bleek Flipkens ook nog eens Venus Williams naar huis geknikkerd te hebben, dus we waren als Belgisch team wel fantastisch gestart aan de Spelen. Op dat moment kon nog niemand denken wat nog allemaal zou volgen. Maar goed, we kwamen dus terug in België, maar neen, niets te zien. Nergens een vlag te bespeuren, nergens een vleugje van de kleuren van onze driekleur, niets…

Nu wil ik even terug in de tijd gaan, nog niet zo lang geleden stond heel ons land in rep en roer toen de Rode Duivels zich plaatsten voor het EK. En toen het EK daadwerkelijk van start ging, was er geen houden meer aan. Je kon niet buitenkomen zonder overrompeld te worden door vlaggen, versierde auto’s. In elke winkel die je binnenging vlogen de acties je rond de oren om iedereen toch maar aan die gadgets te helpen, stickerboeken werden uitgegeven, enzovoort, enzovoort. Ja, ook ik ging hierin mee. Ook mijn kinderen zwaaiden met de Belgische vlag, kleurden hun wangen rood geel en zwart. Ook ik supporterde hevig mee voor de Duivels. Op zich vind ik daar nog steeds niets mis mee.

Er is niets fout aan het feit dat je je land steunt op sportief vlak. Alleen bestaat er op sportief vlak wel meer dan alleen voetbal. Wat Greg Van Avermaet en ondertussen Pieter Timmers, Nafi Thiam, Dirk Van Tichelt, Jolien D’Hoore, de Red Lions en ja, ook Veerle Dejaeghere bv daar neerzetten qua prestatie, kun je bezwaarlijk minimaal noemen en overtreft de Duivels op alle vlak. En toch krijgt hun prestatie niet de aandacht die die verdient in de media. En blijkbaar, als het niet in de media komt, hecht de modale Belg er dus ook minder belang aan. Thomas Van Der Plaetsen komt zomaar eventjes terug, na een revalidatie met chemotherapie. Hij liep een tijd die hij al sinds zijn therapie niet meer had gehaald. En toch wordt er vooral over zijn “zwakke prestatie” op het kogelstoten geschreven.

Zijn wij dan zo’n kuddedieren, dat wij enkel en alleen volgen wat de media ons voorkauwt? Als het hele land meedoet, dan wij ook. Wel, ik ben nog nooit een kuddedier geweest en ik ben ook niet van plan dit ooit te worden. Ik ga dus straks wel met de kinderen, met de Belgische Vlag en de nodige gadgets, supporteren voor onze Red Lions, net als ik heb gedaan voor de Duivels. Alleen zal het resultaat nu misschien iets lovenswaardiger zijn, dan wat de Duivels uiteindelijk hebben gepresteerd.

Toen ik voor het eerst de opmerking plaatste over het gemis van de Belgische driekleur in mijn status op facebook, kreeg ik te horen dat ik op die manier wel altijd iets negatiefs kan gaan zoeken. Ondertussen is gebleken dat ik dus niet alleen ben met deze mening.

Misschien moeten we er dan maar werk van maken om ook voor onze mening uit te komen en die driekleur vol trots laten wapperen!

En ja, misschien wordt het eens tijd om de hiërarchie her te bekijken en zou Koning Voetbal mogen beginnen overwegen om troonsafstand te doen, of tenminste hun “K20160613_202044oninklijke dotaties” iets in te perken…

“Ik ben de dikste thuis”

Het is een algemeen aangenomen feit dat ik nogal problemen heb met mijn gewicht. ’t Is te zeggen: eigenlijk is dat niet helemaal waar. Ik heb vooral problemen met hoe ik mij voel bij mijn gewicht. Ik kan mij nogal opjagen over het feit dat ik toch wel erg heb opgelet op mijn voeding en dat er toch de laatste week maar 500 gram afgegaan is. Ik heb van die momenten dat ik 100 winkels kan binnenlopen en alles wat ik aantrek, vlug terug in de rekken hang, want in mijn hoofd zie ik eruit als een olifant die dan een topje past ( dat eigenlijk achteraf bekeken niet eens zo’n fout topje was). Het aantal keren dat ik ergens naartoe moet en zo ongeveer heel mijn kleerkast pas om dan heel gefrustreerd te zijn dat ik niets heb wat mij staat. En zo kan ik wel nog een tijdje doorgaan met het oplijsten van frustraties. En net dat moet ik dus niet meer doen, zo blijkt!

Plots, een week of zo voor onze reis, hoorde ik mijn zoon zeggen: “Ik ben toch wel dik. Ik ben zeker de dikste thuis”. Ik schrok hier toch wel wat van en zonder verder na te denken antwoordde ik: “Maar Lennert, dat is nu toch echt niet waar. Als er iemand de dikste thuis is, zal ik het wel zijn!”. Eigenlijk met de bedoeling die gedachte meteen uit zijn hoofd te praten, maar mijn reactie had net het omgekeerde effect. Het was voor hem net een reden om verder te gaan. Een paar dagen later zei hij het weer. En wat later nog eens, altijd heel duidelijk dat ik het kon horen.

En plots ging er een lichtje branden en besefte ik nog maar eens dat kinderen je toch heel vaak op dingen wijzen waar jij eigenlijk totaal niet bij stilstaat. Ik was zodanig bezig met het klagen en zagen over hoe ik eruit zag of hoe dik ik mij wel voelde, dat hij iets heeft gezocht om die zorg  weg te nemen bij mij. Het feit dat hij plots kwam opdraven met het feit dat híj de dikste is, was dus eigenlijk volledig door mijn toedoen. En dat was best wel confronterend. Het besef dat dingen waar je zelf niet bij stilstaat, zo’n invloed hebben op de kinderen. Toen ben ik er natuurlijk op beginnen letten en toen bleek dat hij bijvoorbeeld niet zei: “Mama, je ziet er mooi uit in die kleren”, maar ” Mama, je ziet er magerder uit in die kleren”.

Ondertussen let ik er echt op dat ik niet meer loop te mekkeren over de ideale maten en dergelijke als hij het hoort en hij heeft ook geen opmerkingen in die zin meer gemaakt. Het ene had dus onlosmakelijk iets met het andere te maken.

Ik krijg niet graag raad van mensen, maar ik ben toch blij dat ik naar mijn kinderen luister en dus op tijd heb vastgesteld dat ik misschien toch wat overdreef met die ene frustratie. En eerlijk is eerlijk, als ik dan op reis ben en ga zwemmen en even heel objectief rond mij kijk, moet ik vaststellen: zo dramatisch is het eigenlijk ook niet gesteld met mij hoor…

En wat hebben we nu geleerd:

Kinderen houden hun ouders vaker een spiegel voor dan ze zelf beseffen.

Dat was het dus… zullen ze later zeggen…

Ik heb altijd gezegd dat deze blog in de eerste plaats bedoeld is om mijn kinderen later een beeld te kunnen geven van wat er bij mij speelde toen ze klein waren, een paar herinneringen, hoe ik dingen heb ervaren. Een heel mooi idee, alleen … ik ben niet de persoon die echt makkelijk met mijn gevoelens te koop loopt, laat staan dat ik ze ga verwoorden. Ik had dus ook beslist om over de voorbije paar maanden niet veel te schrijven. Ik had er ook niet echt de behoefte aan. Tot nu…

Is het omdat alles ook verwerkt geraakt bij bij? Is het omdat ik voel dat het beter gaat? Ik weet het niet. Ik denk eerlijk gezegd dat ik misschien op die manier mijn schuldgevoel wat van me af kan schrijven. Ik kan misschien beter beginnen bij het begin…

Ik heb al ongeveer 3 jaar af en toe het gevoel dat mijn hart (letterlijk) een sprongetje maakt. Ik heb het al die tijd genegeerd, want het ging altijd heel snel voorbij. De laatste maanden was het echt veel frequenter aan het worden, maar ik dacht dat het met stress te maken had. Het zou wel overgaan. Maar het ging niet over. Op een bepaald moment voelde ik dat het niet meer zomaar een sprongetje was. Hartkloppingen van meer dan 180 slagen per minuut gedurende 10 minuten, dat vergt wat van je lichaam. Ik ben uiteindelijk via vrienden van mijn ouders bij een cardioloog geraakt in wie ik alle vertrouwen heb gelegd en bleek dat ik dus wel degelijk hartritmestoornissen had. Het bleek zich bijna dagelijks voor te doen, wat ook mijn vermoeidheid en kortademigheid kon verklaren. Het kon opgelost worden met een kleine ingreep. Voor iemand van mijn leeftijd was het een ingreep waarbij ik na een week alweer aan het werk zou kunnen.

Om een lang verhaal kort te maken: de ingreep verliep niet zo vlot als gepland, er waren wat complicaties en het duurde uiteindelijk 2u15min in plaats van een half uurtje, maar ze konden uiteindelijk wel alles doen zoals het voorzien was. Nadien was ik zo verschrikkelijk misselijk en zwak dat ik een nacht langer moest blijven dan gepland en uiteindelijk bleek dat er zich een nieuwe stoornis had gevormd. Ik mocht uiteindelijk naar huis, maar moest 3 keer per week cardiale revalidatie volgen en dagelijks bètablokkers nemen.

De eerste paar weken waren echt verschrikkelijk. Fysiek, want ik kon nog niet zoveel doen, ik was meteen echt heel moe. Dat beterde wel snel met die cardiale revalidatie, maar toen begon het vooral mentaal lastig te worden. Door het feit dat ik er niet meer zo belabberd uitzag, verwachtten mijn kinderen ook meer en meer weer hun “normale” mama. Zij begrepen niet altijd dat ik na bijvoorbeeld boodschappen doen, moest rusten. Dat is ook moeilijk te begrijpen, maar het zorgde bij mij wel voor een enorm schuldgevoel. Ik, de mama die er altijd was voor hen, moest nu plots zeggen dat ik even niet kon spelen met hen omdat ik echt bekaf was…

Achteraf bekeken denk ik dat ik zelf een beetje zorgde voor het onbegrip bij hen, want ik deed echt alles om er wél te zijn, om wel 100% te kunnen functioneren voor hen. Met andere woorden, ik had misschien beter wat duidelijker geweest in plaats van alles te proberen weg te stoppen achter een grote glimlach en toch het uiterste van mezelf te vragen.

Ondertussen gaat het echt beter ( en hoef ik dus geen masker meer op te zetten). We gingen op reis ( waarover zeker nog een blogpost volgt) en dat verliep goed. Ik werd 2 keer verwittigd dat ik toch maar niet moest overdrijven, maar ik heb geluisterd naar mijn lichaam en de rest van de tijd verliep perfect. Door het feit dat ik weer meer kan bewegen krijg ik mijn gewicht weer onder controle. Ik ben op reis 1 kg afgevallen, dus dat is ook weer een stap in de goede richting naar een frustratie minder, dus het komt wel goed.

Ik ben niet van plan om hier nog veel over te schrijven, want deze blogpost was al een serieuze stap voor mij, maar ik had het gevoel dat ik dit moest doen, omdat mijn kinderen later misschien zullen inzien waarom ik plots wat minder enthousiast reageerde toen ze vroegen om eens mee te springen op de trampoline… of misschien maak ik me daarover ook gewoon teveel zorgen en zullen ze zich dat niet eens herinneren… wie weet… Misschien zullen ze ooit deze blog lezen en denken: Dat was het dus…

Ik ben alleszins heel blij dat ik dit op de foto hieronder en zoveel meer terug kan doen en terug kan genieten van de kleine ( en grote) avonturen met mijn kinderen… Mama is back!

PhotoGrid_1468945984054

Hoe ik mijn dochter zag openbloeien…

“Mama, ik wil dat hier graag eens doen”, zei ze heel overtuigd en ze gaf mij een foldertje dat ze op school had meegekregen. Een foldertje voor een danskamp van Dolilé.

12250132_854509561314544_3325709154905811430_n

Ik zal het maar toegeven, ik ben geen fan van jeugdbewegingen, speelpleinwerkingen, enz… Dat ligt, voor alle duidelijkheid, meestal niet aan de organisaties, maar aan het feit dat ik het nogal moeilijk vind ( om even een understatement te gebruiken) om mijn kinderen aan anderen toe te vertrouwen, terwijl ik zelf thuis ben tijdens de vakantie.

Ik was nogal verwonderd dat Anouk hiermee zo uitdrukkelijk afkwam, dus ik heb het toch even van dichterbij bekeken. Het bleek een foldertje te zijn voor danskampen, georganiseerd door een van de juffen van bij haar op school. Dat boezemde mij al heel wat meer vertrouwen in. En het feit dat mijn dochter “een klein beetje” verslaafd is aan dansen en alles wat ermee te maken heeft hielp natuurlijk ook.  Er was een mogelijkheid voor een kort kampje in de kerstvakantie. Dus we schreven haar in.

Toen ik haar de eerste dag bracht vond ik het waarschijnlijk even spannend als zij. Want scènes als deze of situaties zoals je hier kan lezen  wou ik ten alle tijden vermijden. Dit moest een positieve ervaring worden voor haar. Ze werd heel lief opgevangen, op een heel rustige manier werd haar vertrouwen gewonnen en kon ik zonder problemen vertrekken. De hele dag liep ik wat ongeduldig rond, maar gelukkig kon ik heel veel volgen op de facebookpagina van Dolilé. Toen ik haar ’s avonds ging ophalen, wist ik al dat het goed zat. Ze straalde. Ik stond ervan versteld op de slotshow hoeveel ze geleerd en gedaan had in de 3 dagen. Ze mocht een fotoshoot doen, knutselde superleuke versieringen voor op de kersttafel en leerde echt leuke choreografieën.

 

 

De vraag of ze nog een kampje mocht volgenPhotoGrid_1467992586355 in de zomervakantie, hoefde zelfs niet meer gesteld te worden. Deze keer was het een kamp van een week, en wat een week. Een week met overvolle dagen, waarin er geen moment tijd was om zich te vervelen en alles al even leuk: ze gingen zwemmen, maakten mooie herinneringen, gingen een hele dag naar Plopsaland, speelden buiten,  konden voor de dag echt begon en na de afsluit genieten van een supertoffe opvang, en natuurlijk, het belangrijkste van alles, dansen… dansen … dansen… De hele tijd bij echt wel topdansjuffen, supergemotiveerd en met een hart voor de kinderen. Het feit dat ze toen ze thuiskwam als een blok in slaap viel, bewijst dat ze echt wel actief waren bezig geweest.

 

1467911425380

Mijn dochter had er de tijd van haar leven, voelde zich helemaal op haar gemak ( wat niet zo vanzelfsprekend is voor Anouk) en maakte een PhotoGrid_1467992710002enorme evolutie mee. Zowel op sociaal vlak als op gebied van durven, maar ook bij het dansen zelf zagen wij haar echt openbloeien. Ze genoot van de aandacht rond haar, zowel van de juffen als van de andere kinderen. En wij … wij zagen dat het goed was. Zij genoot van alle aandacht, ondertussen genoot Lennert thuis van de aandacht van mama voor hem alleen. Ik kan het echt alleen maar aanraden. En toen ze na het kamp vroeg: “Mama, mag ik nu eindelijk een écht tenuetje om te dansen mét glittertjes”, wie ben ik dan om dit te weigeren?

 

Voor meer info kan je terecht op de website van Dolilé.
Op de facebookpagina vind je alle filmpjes en foto’s van de kampen.
En dat mooie tenuetje van Anouk kocht ik in Balance

 

 

Er zijn zo van die personages die je nooit meer vergeet

Ik was in het begin nogal sceptisch tegenover de rol die ik kreeg.25 Ik wist het allemaal niet zo goed. Was dit wel een rol voor mij? Zou ze mij wel liggen? Op een of andere manier twijfelde ik of ik er wel genoeg van mezelf zou kunnen insteken. Maar de eerlijkheid gebiedt mij ook te zeggen dat dat eigenlijk altijd zo is bij de start van een nieuwe productie. Ik twijfel altijd heel erg aan mezelf, aan het feit of ik wel zal voldoende niveau halen, …

Ooit zei mijn “grote broer” eens: “Sissy, je moet onthouden, als pa ons een rol geeft, is het omdat hij 100% zeker is dat we dat zullen kunnen. Hij zal ons nooit iets laten doen dat we eigenlijk niet aankunnen.” En met deze wijsheid in mijn achterhoofd, ben ik begonnen aan de repetities.

Natuurlijk is het in het begin een beetje zoeken, maar dat zorgt er net voor dat het een mooie uitdaging blijft. Een van de dingen die ik van mijn vader ooit hoorde en ook altijd heel erg in mijn achterhoofd houd is: “Je moet je personage niet spelen, je moet het zíjn.”. En ik ben beginnen zoeken naar mensen in mijn omgeving, die mij deden denken aan het personage met iet of wat dezelfde karaktertrekken als de vrouw die ik moet spelen. Ik begon na te denken over de ‘persoon’ die ik eigenlijk moest gaan vertolken en zag haar niet meer als ‘personage’. Ik begon haar reacties in het stuk te begrijpen, ik begon met haar mee te voelen en ja, ik begon haar zelfs graag te zien… Ik denk dat dat het moment is, waarop ze spreken van de spreekwoordelijke “klik”, dat ene moment, waarop je plots beseft wat voor lieve dame je eigenlijk aan het spelen bent. Plots kan je je inleven in sommige situaties, in haar reacties en zelfs al moest ik mij deze keer niet speciaal veranderen qua uiterlijk, toch was het een personage waar ik mij goed kon in “transformeren”.

Het is heerlijk te ontdekken hoe je je kan uitleven in je hobby, die eigenlijk moeilijk nog een hobby te noemen is, maar eerder neigt naar een passie. Op die manier naar een voorstelling vertrekken, geeft een aangenaam en zelfs rustgevend gevoel.

En wat dan het mooiste is aan heel het gebeuren:15 je beleeft die passie niet alleen. Want, ik heb nu de hele tijd gepraat over míjn zoektocht en míjn liefde voor dit personage, maar tijdens die hele periode ben ik natuurlijk niet de enige die dit aan het doen is. Iedereen zoekt, probeert, werkt hard en laat zich leiden door de vaste hand van onze regisseur, mijn vader. Hij heeft tonnen ervaring, die hij maar wat graag met ons deelt, en waarmee hij ons helemaal naar de voorstelling loodst, waardoor we er allemaal samen nog sterker voor staan. Wij kregen dit jaar als groep de kans om een andere kant van onszelf te laten zien, een gevoelige kant. Ook hierin werden wij gesteund door zijn creatieve inbreng en ideeën. Wij waren allemaal overtuigd dat zon’ gevoelig stukje wel eens mocht en zou gewaardeerd worden, maar altijd weer is het afwachten tot op de voorstellingen. En op die voorstellingen hebben we allemaal het allerbeste van ons zelf gegeven, speelden we de ziel uit ons lijf, voor elkaar, voor onszelf, voor onze regisseur, voor ons publiek, …. Om maar te zeggen: ook wij genieten hiervan.

 

En wat is er nu mooier dan een zaal voor toeschouwers een avondje ontspanning te kunnen geven, terwijl we er zelf ook ten volle van kunnen genieten? Mensen te kunnen doen lachen, mensen kunnen ontroeren. En dat is nu het mooie aan het goede, oude, klassieke theater in zijn meest pure vorm: puur genieten voor iedereen!

DSC_0813

Een dikke dankjewel aan alle medewerkers achter de schermen: jullie zijn een vaak onzichtbare, maar voor ons zo onmisbare hulp!
Een supergrote merci aan alle medespelers: het was een heerlijke samenwerking waarbij we elkaar perfect aanvulden en waardoor deze productie een prachtige herinnering wordt!
En last but nog least:
De meest dankbare dankjewel aan mijn vader, onze regisseur: Voader: bedankt voor alle kansen die ik al kreeg, voor al hetgene je mij al leerde en vooral voor het vertrouwen dat je elke keer weer in mij hebt!